• Bel ons0182 - 518 995

Oncologie

Kankerbestrijding bij huisdieren

  • Kanker bij huisdieren
  • De behandelingsmogelijkheden van kanker
  • Chemotherapie
  • Immunotherapie
  • Schildkliertumor
  • Nasaal lymfoom bij katten

Kanker bij huisdieren

Kanker bij huisdieren

Kanker is een veel voorkomende aandoening bij onze huisdieren. Net zoals bij mensen zijn er schattingen dat ongeveer één op de drie huisdieren gedurende het leven een of andere vorm van kanker ontwikkelt. Wat is kanker nu precies? Wat zijn de oorzaken dat een dier kanker krijgt? Wat is precies het verschil tussen goedaardige en kwaadaardige vormen van kanker? En ook belangrijk, wat zijn de behandelingsmogelijkheden van dieren met kanker? Op al deze vragen zal hier worden ingegaan en u een antwoord gegeven worden.

Wat is kanker nu precies?

Iedereen heeft het woord kanker gehoord en weet ook wat de ziekte kan betekenen, maar veel mensen weten niet wat kanker nu precies inhoudt. Om te begrijpen wat kanker is moeten we ons realiseren dat in ons lichaam cellen zich constant delen. Bijvoorbeeld het slijmvlies van onze darmen (die uit miljarden cellen bestaat) zal over enkele weken volledig vernieuwd zijn, hetzelfde geldt voor vele andere cellen in ons lichaam. In elke cel zit het DNA, dit is zeg maar de genetische bouwtekening van de cel, waarop alle informatie staat die de cel nodig heeft om te kunnen functioneren. Voordat een cel kan delen zal eerst een nieuwe kopie van dit DNA gemaakt moeten worden, ook worden natuurlijk kopieën gemaakt van alle andere celonderdelen. Pas als alles gereed is deelt de cel zich waarbij in allebei de dochtercellen een kopie van het DNA en alle celonderdelen terecht komt. U begrijpt dat de celdeling een zeer streng geregeld proces is, want anders zouden alle cellen zich zo maar kunnen gaan delen. Deze regulatie vindt plaats door een samenspel van de cel en zijn omgeving, waarbij het DNA bepaalt hoe een cel reageert op verschillende prikkels. Een fout in de kopie van het DNA kan leiden tot een andere reactie van een cel, bijvoorbeeld wel delen in plaats van niet delen, of zomaar blijven delen zonder dat er prikkels uit de omgeving zijn die de cel vragen om te delen. Dit laatste is eigenlijk wat er gebeurt bij kanker. De cellen blijven zich ongecontroleerd delen, waardoor uiteindelijk een tumor ontstaat.

Nu zal niet elke cel waarin een fout in de DNA kopie zit zich ontwikkelen tot een tumor, omdat het lichaam over veel controle mechanismen beschikt die nieuwe kopieën controleren op fouten in het DNA. Deze mechanismen zijn zeer effectief en halen meer dan 99,99% van de fouten eruit, maar de enkele foute cel die door deze controle komt is een potentiële tumorcel die uit kan groeien tot een kanker.

Wat zijn de oorzaken van kanker bij huisdieren?

Op het moment dat je huisdier kanker krijgt vraag je jezelf altijd af hoe dat nu kan. Bij mensen weten we bijvoorbeeld dat roken de kans op longkanker 8 (matige roker) tot 40 (stevige roker) keer vergroot en overmatig alcoholgebruik de kans op keelkanker aanzienlijk vergroot, maar onze honden en katten roken en drinken niet, dus wat is bij hen de oorzaak?
Er zijn bepaalde vormen van kanker die een genetische achtergrond hebben. De bekendste hiervan is de maligne histiocytose bij de Berner sennenhond. Deze vorm van kanker komt bij dit ras wel 1000 keer zo vaak voor dan bij andere rassen. Maar ook andere vormen van kanker komen bij bepaalde rassen veel meer voor dan bij andere rassen, zoals hemangiosarcomen van de milt bij herders en rottweilers en mastocytomen bij boxers.

En ondanks het feit dat honden en katten niet roken, is er wel degelijk een effect van de omgeving. Zo weten we dat kanker meer voorkomt bij huisdieren die in de stad wonen dan bij dieren die buiten de stad wonen, ook hebben katten in huishoudens waar gerookt wordt een twee keer zo grote kans op maligne lymfoom dan in huishoudens waar niet gerookt wordt. Maar van heel veel vormen van kanker is nog geen duidelijke oorzaak bekend en berust het op toeval, of zo u wilt: 'pech dat zij kanker krijgen'.

Het verschil tussen goedaardige en kwaadaardige tumoren

Tumoren worden onderverdeeld in goedaardig en kwaadaardig. Deze termen hebben te maken met het gedrag van de tumoren. Goedaardige tumoren zijn tumoren die zich op een plek ontwikkelen en daar vervolgens steeds groter worden. Zij groeien niet in het omliggende weefsel in, maar drukken het door de groei weg. Een van de bekendste goedaardige tumoren is het lipoom, een goedaardige tumor uitgaande van vetcellen, die veel voorkomt bij oudere honden. De klachten die zo’n goedaardige tumor veroorzaakt zijn sterk afhankelijk van de locatie ervan. Zo zal een lipoom op de borstwand weinig problemen veroorzaken (mits hij niet enorm groot is), maar een goedaardige tumor in de hersenen, zelfs als deze klein is, wel ernstige klachten kunnen geven. Kwaadaardige tumoren kunnen worden onderverdeeld in twee groepen. De lokaal kwaadaardige tumoren en de uitzaaiende tumoren. Lokaal kwaadaardige tumoren zijn tumoren die niet of zelden uitzaaien, maar vooral op de plek waar ze ontstaan tijdens het groeien in het omliggende weefsel groeien. Het makkelijkst is het om je deze tumoren voor te stellen als een octopus. De tentakels zijn dan dunne uitlopertjes van de tumor die in het gezonde omliggende weefsel doorgroeien. Door deze manier van groeien kunnen de tumoren veel schade aan het omliggende weefsel toebrengen en tevens zijn deze tumoren veel moeilijker operatief te verwijderen (zie 'De behandelingsmogelijkheden van kanker'). De andere groep van kwaadaardige tumoren zijn de uitzaaiende tumoren. Het uitzaaien van een tumor houdt in dat een tumor in bloed of lymfevaten groeit en daar tumorcellen loslaat. Deze tumorcellen worden dan via het bloed of de lymfe verder vervoerd door het lichaam naar bijvoorbeeld een lymfeknoop of de longen. Daar groeien deze tumorcellen weer uit tot een nieuwe tumor. Met dit type tumoren is het vaak zo dat de uitzaaiingen de grootste problemen veroorzaken en niet de tumor waar het allemaal mee begonnen is.

De behandelingsmogelijkheden van kanker

De behandelingsmogelijkheden van kanker

De behandeling van dieren met kanker is sterk afhankelijk van het type kanker dat het dier heeft. Vandaar dat het zeer belangrijk is eerst precies te bepalen welk type kanker het dier heeft, voordat er beslist wordt hoe te behandelen. Bijvoorbeeld bij een uitgezaaide tumor heeft het vaak niet heel veel zin de oorspronkelijke tumor operatief te verwijderen, omdat de problemen vooral veroorzaakt worden door de uitzaaiingen. Om het type tumor te bepalen zal het altijd nodig zijn om een biopt te nemen. Er bestaan verschillende vormen van biopten: Met een naaldbiopt wordt er met een dun naaldje in de tumor geprikt en op die manier worden er cellen opgezogen. Deze cellen worden dan op een glaasje gebracht en deze glaasjes worden dan door het laboratorium bekeken. Voordeel van deze methode is dat het nauwelijks belastend voor het dier is. Ze reageren bijna nooit op het prikken met zo’n naaldje. In ongeveer 90% van de gevallen zal er een diagnose uit deze biopten komen, maar omdat je alleen losse cellen opzuigt, kan er niets over groeiwijze en weefselopbouw gezegd worden. Bij een histologisch biopt wordt er echt een stukje van de tumor verwijderd. Dit kan operatief of met speciaal instrumentarium gebeuren. Vervolgens wordt dit stukje weefsel dan onderzocht. Hierbij kan behalve het type tumor ook de groeiwijze en weefselopbouw bepaald worden. Nadeel is wel dat het nemen van een dergelijk biopt soms onder narcose moet gebeuren.

De behandeling van dieren met kanker kan in verschillende vormen worden verdeeld:

1. De operatieve behandeling
Dit is nog steeds de methode waarmee de meeste dieren genezen worden. Deze behandelingsmethode is met name geschikt voor goedaardige tumoren en lokaal kwaadaardige tumoren. Doel van de behandeling is het volledig wegnemen van de tumor. Afhankelijk van de locatie van de tumor kan dit een meer of minder ingrijpende operatie inhouden. Bij lokaal kwaadaardige tumoren moet altijd rekening gehouden worden met de uitlopers van de tumor, waardoor er zeer ruim om de tumor heen gesneden moet worden. Bijvoorbeeld bij een mastocytoom moet een marge van 2-3 cm aan alle kanten (dus ook de onderkant) aangehouden worden. Dit houdt in dat een bultje van 2 x 2 cm al een operatiegebied van 8 x 8 cm inhoudt! Bij tumoren die kunnen uitzaaien is het belangrijk om van te voren te bepalen of ze nog niet zijn uitgezaaid, want als er al aantoonbare uitzaaiingen zijn, dan weet je van te voren dat deze uitzaaiingen op termijn problemen kunnen geven. Er moet dan een duidelijke afweging gemaakt worden tussen de belasting van de operatie en het te behalen voordeel voor de patient.

2. De chemotherapeutische behandeling
Chemotherapie roept natuurlijk altijd negatieve gevoelens op. Bijna iedereen kent wel iemand die een chemotherapie ondergaan heeft en bij mensen zijn de bijwerkingen natuurlijk meestal heftig. Hier ligt een groot verschil met chemotherapie bij dieren. Want omdat dieren in tegenstelling tot mensen zelf geen stem hebben in het al dan niet ondergaan van chemotherapie, is het onze plicht hen te beschermen tegen vervelende bijwerkingen. Daarom zijn de chemotherapieschema’s bij dieren veel minder intensief dan bij mensen. Hierdoor kunnen we zorgen dat de bijwerkingen zoals die bij de mens voorkomen, niet of nauwelijks bij dieren optreden. Hierdoor wordt de kwaliteit van leven gedurende de behandeling gegarandeerd. Dit houdt in dat dieren dus niet ziek worden van de chemotherapeutische behandeling, maar doordat we minder strenge protocollen volgen zal het genezingspercentage wel lager liggen dan bij mensen. Er zijn een aantal vormen van kanker die zich bij uitstek lenen voor een chemotherapeutische behandeling, waarvan maligne lymfoom (zeg maar lymfeklierkanker vergelijkbaar met non-Hodgkin’s bij mensen) het beste voorbeeld is. Zonder chemobehandeling is de gemiddelde overleving van honden met deze aandoening slechts ongeveer twee maanden, waarbij met een behandeling met behulp van chemo 60-70% van de honden na een jaar nog vrolijk rondloopt.

3. Radiotherapie of bestraling
Sinds kort bestaat de mogelijkheid voor bestralen ook in Nederland. Begin 2010 is op de universiteit Utrecht een lineaire bestraler voor huisdieren in gebruik genomen en sinds augustus 2010 kan ook het Kankercentrum voor dieren bestralingen uitvoeren met behulp van een orthovoltage apparaat. Het bestralen van tumoren kan op verschillende manieren worden ingezet. Bij sommige tumoren kan bestraling worden ingezet met als doel genezing van de patiënt, voorbeelden hiervan zijn de plaveiselcelcarcinomen van de neusspiegel, of het maligne lymfoom in de neus bij katten, bij honden kunnen we denken aan T-cel lymfomen van de huid of acanthomateuze epuliden. Maar ook als palliatieve behandeling (levensverlengend) is bestraling soms zeer nuttig. Denk hierbij aan bijvoorbeeld aan het bestralen van honden met botkanker, waarbij bestraling een aanzienlijke vermindering van de pijn kan geven.

4. Immunotherapie
Bij immunotherapie wordt het afweerapparaat van het lichaam zelf ingeschakeld om de kanker te bestrijden. Normaalgesproken zal het afweerapparaat tumorcellen niet aanvallen, omdat het nog steeds lichaamseigen cellen zijn. Door nu bepaalde middelen zoals interleukine in de tumor te spuiten, wordt het afweerapparaat zo sterk geprikkeld dat het nu wel de tumorcellen zal aanpakken. In navolging van de goede resultaten van interleukine bij koeien met plaveiselcelcarcinomen, loopt er op dit moment een onderzoek waarbij het gebruik van interleukine voor plaveiselcelcarcinomen in de mond van de kat wordt onderzocht.

Zoals uit dit verhaal mag blijken is kanker niet één ziekte, maar een groep van zeer uiteenlopende aandoeningen, welke zowel qua behandeling als prognose sterk verschillen. Het belangrijkste bij een dier met kanker is dat de diagnose zo precies mogelijk wordt gesteld; wat is het type van de tumor en bij kwaadaardige tumoren of er uitzaaiingen zijn. Het stellen van de diagnose kan verschillende onderzoeken vragen, het nemen van een biopt is onontkoombaar. Maar ook het nemen van röntgenfoto’s of het maken van een echo kan belangrijk zijn.

De tijd van “wacht maar af of het groter wordt en kom dan maar terug” ligt achter ons. In elk bultje moet een naaldje gestoken worden om met zo’n naaldbiopt een diagnose te stellen, pas dan kan een verantwoorde beslissing genomen worden over al dan niet behandelen. Mocht u na het lezen van dit verhaal vragen hebben over kanker bij huisdieren in het algemeen of specifiek over uw eigen huisdier, aarzelt u dan niet om ons deze vraag te stellen via info@vvka.nl.

Chemotherapie

Chemotherapie

Naast chirurgie en radiotherapie is chemotherapie een van de pijlers van de behandeling van tumoren. Het nadeel van chemotherapie is dat alle eigenaren chemotherapie kennen vanuit hun omgeving. Iedereen kent wel iemand die chemotherapie heeft moeten ondergaan en wat mensen daar het meest van bij blijft, is de belasting die dat voor die mensen was. Bijwerkingen zoals ziek zijn, misselijkheid en braken zijn bekend en berucht.

Na het opperen van chemotherapie als behandelingsmogelijkheid voor hun dier geven eigenaren vaak direct aan dit hun dier “niet aan te willen doen”. Onze belangrijkste taak is om de eigenaar te overtuigen dat door de minder intensieve protocollen en in het algemeen wat lagere doseringen dan humaan gebruikelijk, wij deze bijwerkingen grotendeels kunnen voorkomen. Bij onze dieren moeten we de levenskwaliteit altijd stellen boven de lengte van de overlevingstijd. Natuurlijk kunnen we niet garanderen dat het dier nooit een keer zal braken of een dag niet zal eten, maar de doelstelling is dat het dier ook tijdens de behandeling niet teveel in zijn doen en laten beperkt wordt.

Al sinds de jaren ’40 van de vorige eeuw worden cytostatica gebruikt om tumoren te behandelen. De gevoeligheid van tumoren voor verschillende cytostatica varieert en daarom bestaan er vele verschillende protocollen voor verschillende tumoren, maar zelfs voor één bepaalde tumor kunnen meerdere protocollen zijn ontwikkeld. Het is niet de bedoeling om hier op alle mogelijke protocollen in te gaan; hier zal slechts besproken worden hoe chemotherapie ingezet kan worden bij de behandeling van dieren met kanker. Er wordt een overzicht gegeven van het mechanisme van de werking van cytostatica, de mogelijke bijwerkingen van cytostatica en de veiligheidsvoorschriften waaraan voldaan moet worden om cytostatica toe te dienen. Daarnaast is er aandacht voor de veiligheidsaspecten bij de eigenaar in de huiselijke situatie. Tot slot zullen de verschillende groepen cytostatica en hun werkingsmechanismen en meest voorkomende bijwerkingen besproken worden.

Chemotherapeutica kunnen op verschillende manieren worden ingezet. Chemotherapie kan als enige curatieve behandeling worden ingezet, zoals bij dieren met maligne lymfoom. In dergelijke gevallen wordt eerst een inductie therapie gestart. Hiermee wordt de eerste fase van de chemotherapeutische behandeling bedoeld, die in het algemeen intensief is en gericht op het in remissie doen gaan van bijvoorbeeld het maligne lymfoom. Vervolgens volgt dan de onderhoudstherapie, welke bedoeld is om de patiënt in remissie te houden. Over een consolidatietherapie wordt gesproken als de therapie langdurig doorgezet wordt om een bereikte remissie zolang mogelijk te verlengen. Als een dier een relapse van de tumor (laten we even uit blijven gaan van het lymfoom) ontwikkelt of op een standaard chemotherapeutisch protocol niet in remissie gaat, kan met een rescue– of salvagetherapie geprobeerd worden (wederom) een remissie te bereiken.

Naast curatief kan chemotherapie ook palliatief worden ingezet. Hierbij is het doel dus niet het verkleinen of zelfs genezen van een tumor, maar een verbetering van de levenskwaliteit.

Immunotherapie

Wisselwerking tumor en immuunapparaat

De rol van het immuunapparaat is het herkennen van lichaamsvreemde antigenen, daarop te reageren en vervolgens het vernietigen van de dragers van deze antigenen. En hoewel tumorantigenen niet lichaamsvreemd zijn, is gebleken dat het afweerapparaat ook kan reageren op nieuwgevormde antigenen op getransformeerde cellen. Ons immuunsysteem kan dus reageren op ontstane tumorcellen en kan deze zelfs elimineren. Dit proces wordt immunosurveillance genoemd. In de loop van de jaren is gebleken dat vooral T‑cel lymfocyten een belangrijke rol spelen bij deze anti-tumorale immuniteit. Inmiddels is veel meer informatie beschikbaar over dit fenomeen en wordt de wisselwerking tussen tumor en immuunapparaat beschreven door de “immuno-editing” hypothese waarin drie fasen onderscheiden worden:

1. eliminatiefase, de vernietiging van immunogene tumorcellen door het immuunsysteem; echter, zwak immunogene cellen kunnen overleven.

2. evenwichtsfase, de tumorgroei en vernietiging door het immuunsysteem zijn in evenwicht.

3. escape fase, als gevolg van een verminderde immuniteit van de tumor, onderdrukking van het immuunapparaat en snelle tumorcelvermenigvuldiging treedt groei van de tumor op.

Het is duidelijk dat vele tumoren ontstaan in dieren met een normaal functionerend afweerapparaat. Dit houdt in dat deze tumorcellen een manier gevonden hebben om aan het immuunapparaat te ontkomen. Dit kan doordat er veranderingen in de tumorcellen zelf zijn opgetreden waardoor het immuunapparaat de tumorcellen niet meer als vreemd herkent. Een andere mogelijkheid zijn veranderingen in de tumor en het tumorstroma die het immuunapparaat beïnvloeden en zo de antitumorale immuniteit verstoren.

Schildkliertumor

Schildkliertumor

Schildkliertumoren komen veel voor bij de kat. In tegenstelling tot bij de hond, gaat bij katten in het overgrote deel van de gevallen om goedaardige gezwellen. Een ander verschil ten opzichte van de hond is dat bij de kat deze adenomen (goedaardige gezwellen) vaak hyperfunctioneel zijn, dat wil zeggen dat ze te veel schildklierhormonen aanmaken.

Deze schildkliertumoren komen regelmatig voor bij oudere Europese korthaar katten (meestal ouder dan 10 jaar). Siamesen en Himalaya katten hebben daarin tegen een kleinere kans. Factoren welke de kans op het ontwikkelen van deze tumoren vergroten, zijn het grotendeels uit blikvoer bestaan van de voeding en binnenshuis leven. 

Nasaal lymfoom bij katten

Nasaal Lymfoom bij katten

Bij Veterinair Verwijscentrum Korte Akkeren in Gouda behandelen we veel katten met nasaal lymfoom. Dit lymfoom kan in 80% van de gevallen beschouwd worden als een stage I, lokale ziekte en het heeft een betere prognose dan andere vormen van maligne lymfoom bij katten. Voorheen was de ‘gouden standaard’ een multi-agent chemotherapie protocol. Vanwege het karakter van de nasale vorm kan ook bestraling, al dan niet gecombineerd met chemotherapie, als lokale therapie gebruikt worden.

Wij zijn een aantal jaar geleden begonnen met een enzymtherapie bij katten met nasaal lymfoom. Als alternatief voor chemotherapie of bestraling werden deze katten behandeld met PEG-asparaginase. Dit enzym werkt ongeveer twee weken door het aminozuur asparagine af te breken. Asparagine is een essentieel aminozuur voor lymfoomcellen, maar niet voor gezonde cellen.

Voordelen van enzymtherapie bij katten met nasaal lymfoom:

  • Makkelijk toe te dienen (intramusculair), ook bij moeilijke katten
  • Zelden bijwerkingen, geen standaard bloedcontroles etc.
  • Geen uitscheiding in de omgeving, kan ook gebruikt bij katten die in aanraking komen met kinderen en zwangere vrouwen
  • Celspecifieke therapie, beschadigt gezonde cellen niet
  • Lange mediane overleving, 480 dagen in ons onderzoek i.t.t. ca. 130 dagen met chemotherapie (alle oorzaken van overlijden meegenomen)

Bij Veterinair Verwijscentrum Korte Akkeren is een monotherapie met PEG-asparaginase de eerste keus voor katten met nasaal lymfoom.